Eigenbilzen
Pieter Swennen (Pie van Siele Treine) (1890  / 1972)
Lijkrede aan onze muurkast of "Sjroepkas"
Gij zult moeten verdwijnen sjroepkas
hoe zeer het mij ook zal tegensteken
men doet niets dan kwaad van u spreken
neen ik houd het niet langer meer vol
zoo betaalt alles en ieder zijn tol.

Eens waart gij de trots van ons moeder
de toevlucht van mijne zusters en broeder
Bij u vonden wij immer hulp en troos
voor onzen honger en nooit was u boos
Al waart gij gevuld met sjroep
platte kees of wortelspijs
al wat gij inhielst, dat stelden wij op prijs.

Bij u was altijd genoeg, onze armoe ten spijt
daarvoor zorgde eene goede moeder altijd.
Veel snoep hebt gij nooit bevat
omdat onze moeder het zelf niet en had

Op uw hoofd droeg ge ons klakken
en in uw laden bewaardet gij mijn zakken.
Een familiestuik waart gij geworden
maar thans geklasseerd, in de verdwenen orde.

Heel mijn familie is tegen uw langer bestaan
de strijd is gestreden, nu moet ge vandaan.
Dat ik het juist ben die u moet verbranden
dat zal wel gebeuren met bevende handen.

Och sjroepkas lief, weet gij nog dat ik speelde dief
menig klontje suiker en meerder beschuit
haald ik stil en betrouwvol en stil bij u uit
En sjroepkas, nooit heb ik daarvoor prigel gekregen
door dat gij altijd zoo flink heb verzwegen

Van in mijn kinderjaren zijn wij dikke vrinden
die mij zoveel gaf als gij, die zal ik nooit meer vinden
U wilde ik behouden gansch mijn leven
en wat ik nu hier schrijf dat doet mijn vingers beven

Sjroepkas, een nieuwe tijd breekt aan
met al het goede dat ge ook hebt gedaan
Gij moet nu verdwijnen, maar kom aan
troost u, gij hebt hier lang genoeg gestaan

Nieuwe tijden, nieuwe nooden
ook waar men van houd gaat uit de mode
Zoo gaat het ook met ons mensen
(goede zoo) mar dit wil ik mij toch wenschen;
Als eens gekomen is mijn uur
"Dat ik niet als gij, o sjroepkas
terecht kom in het vuur.

Vaarwel sjroepkas
Eigenbilzen